Op zoek naar de stem van het platteland

Het platteland is een zorgenkind voor Europa. Heel wat delen ervan raken ontvolkt. En wie er nog woont voelt zich steeds vaker in de steek gelaten door de beleidsmakers in de hoofdsteden. In de ratrace van de geglobaliseerde economie hinken grote delen van ruraal Europa achterop. Hoe diep is de kloof tussen stad en platteland?

Er gaat in de media en in onderzoek terecht ruime aandacht naar (groot)stedelijke thema’s. Tenslotte woont daar nog steeds driekwart van de Europese bevolking. Toch wordt het tijd dat we ons buigen over de plattelandskwestie. Hoe houden we onze rurale gebieden leefbaar? Welke toekomst is er voor dit dunbevolkte, vaak net iets armer deel van het Europese grondgebied?

Bovenstaande kaart spreekt boekdelen. De blauwgekleurde delen geven aan waar er een verlies van bevolking plaatsvindt en zijn voornamelijk ruraal gebied. Hebben enkel steden dan nog toekomst? Of kun je enkel daar nog overleven?

De grote rurale exodus die Europa in het begin en het midden van de twintigste eeuw kende is gestopt. Maar het platteland blijft stilletjes leeglopen en trekt slechts in bepertke mate nieuwe bewoners aan. Sommige mensen ontlopen de stad, omdat die te druk of ongezond is, onbetaalbaar wordt, of omdat ze een manier van leven oplegt die niet iedereen wil volgen. Een deel van hen wijkt uit naar rurale gebieden, die daardoor een beetje diverser worden. Toch zijn de meest afgelegen van deze gebieden kwetsbaar, is het risico op armoede er groter, en vraagt het heel wat creativiteit om er goed te leven. Ik wil onderzoeken hoe dat proces verloopt, en hoe mensen zich staande houden op dat platteland.

Ruraliteit wordt vaak gezien als een vorm van sociaal-economische achterlijkheid waarvoor een remedie moet bedacht worden. Maar hoe breng je ontwikkeling in deze gebieden die er voor de geglobaliseerde economie minder toe lijken te doen? Met deze buitengebieden weet niemand goed wat er mee aangevangen moet worden. Toch wonen er -nog steeds- mensen die niet vaak in beeld komen.

Het discours van planners en beleidsmakers wil deze situatie begrijpelijk maken zodat kan worden ingegrepen. Overheden zetten nieuwe strategieën in de stijgers. Dorpen moeten smart worden, de bioeconomy zal een impuls geven aan de lokale boer én helpt om de Green deal te doen lukken, transformatieve sociale innovatie moet verandering brengen in het status quo van de plattelandsbevolking. Deze ambitieuze en hippe termen getuigen van een specifieke perceptie van het platteland: soms als probleemgebied of soms als een ‘land of opportunities‘. Het beleid is er op gericht om de kloof tussen stad en platteland te verkleinen. Die kloof is zeker economisch, maar manifesteert zich ook in sociale, culturele en politieke verschillen. Ze is in de eerste plaats een probleem van sociale ongelijkheid en wordt politiek gezien niet enkel beschouwd als een kwestie van economische ontwikkeling, maar als een kwestie van sociale en territoriale cohesie. Want tot nader order zijn burgers op het platteland gelijk aan hun stedelijke tegenhangers. Ondanks het feit dat ze met veel minder zijn en dus minder sociaal en politiek kapitaal vertegenwoordigen.

Van onderuit bekeken.

Hoe vergaat het die bewoners van het platteland? Een directe, journalistieke benadering kan ons helpen om de sociale dynamieken in Europa’s rurale gebieden te begrijpen en de complexe relatie tussen stad en platteland te duiden. Het platteland staat vaak ver af van de urbane centra waar macht en geld zich hebben opgehoopt. Zeker voor ons als bewoners van de Vlaamse nevelstad is het vaak grotendeels terra ingognita.

De blik van beleidsmakers (en stedelingen) heeft vaak een vogelperspectief. Misschien gaat deze zienswijze voorbij aan hoe het dagelijks leven wordt vormgegeven door de plattelanders zelf. Dit leven is natuurlijk verre van probleemloos, maar we horen zelden de stemmen van de bewoners. Zij leiden nochtans hun dagelijkse leven in deze rurale wereld. Wat voor de één een uitzichtloze situatie lijkt is voor de andere het begin van visionair, creatief verzet. En is het niet precies omdat het platteland iets minder belangrijk is dan de grote steden dat er mogelijkheden ontstaan om alternatieven uit te proberen? We kunnen het platteland niet enkel zien als een probleem. Het is tegelijk ook een laboratorium voor nieuwe manieren van leven, werken, boeren, samenleven. Nu moeten we dat niet a priori romantiseren maar het is ongetwijfeld boeiend om te zien welke strategieën mensen – individueel of collectief – ontwikkelen om het leven op het platteland zo veel mogelijk naar hun zin te maken. Vandaar de titel van dit project: ‘Intussen in de buitengebieden‘.

De protagonisten in deze reeks zijn de plattelandsbewoners in al hun gedaanten. Boeren, nieuwe en traditionele, aangelanden, dromers en durvers, achterblijvers en teruggekeerden. Al dan niet vrijwillige bannelingen. Geprecariseerden en isolationisten.
Zij gebruiken verschillende praktijken en strategieën die hen een toekomst moeten bieden in de rurale setting. Ik wil zicht krijgen op de sociale en politieke rol die ze spelen, wat hen voor het platteland doet kiezen en hoe ze zichzelf bekijken.

Ver op de achtergrond spelen beleidsmakers en ondernemers ook een belangrijke rol. Beslissingen die in Brussel worden genomen, of op een aandeelhoudersvergadering van een energiebedrijf resoneren in de verlaten ruimtes van Europa. Ze beïnvloeden de levens van de rurale bevolking die soms nog hoopt op steun van haar verkozenen, of op een economisch mirakel. Of niet.

Het traject

Het parcours van deze journalistieke tocht loop van Brussel naar Lissabon, door een zone die jaar na jaar dunner bevolkt wordt. Door mensen aan het woord te laten en door hun leven in beeld te brengen krijgen we zicht op de rurale diversiteit van deze zone, die ook wel de Diagonale Contintale genoemd. Hoewel de term wat in onbruik is geraakt wordt dit gebied nog steeds gekenmerkt door een lage bevolkingsdichtheid, een hoog aantal boeren, lage industrialisatie (en weinig werk), krimpende sociale voorzieningen en soms slechte bereikbaarheid en communicatiemogelijkheden.

Gearceerd gebied toont de Diagonal Continentale

Het Franse deel wordt ook wel de Diagonale du Vide genoemd, in Spanje spreekt met van España Vacía (of Vaciáda). Deze zone heeft te kampen met vormen van territoriale ongelijkheid. Mensen die er wonen hebben het lastig om werk te vinden, hebben moelijker toegang tot sociale voorzieningen en voelen zich bijgevolg tweederangsburgers. Dit leidt tot politieke actie en onrust. In Frankrijk kwamen relatief gezien meer Gilets Jaunes uit de Diagonal du Vide dan uit de steden.

In Spanje raakte eind 2019 voor het eerst een Congreslid verkozen die van ontvolking zijn belangrijkste programmapunt maakte. Leven op het platteland van de Diagonale Continentale krijgt steeds vaker een politieke dimensie.

Pericyclisme: het fietsen als methode.

De verkenning van deze buitengebieden doe ik per fiets en doopte ik pericyclisme. Het is een wat onorthodoxe methode om de perifere gebieden (in dit geval van Europa) mee te onderzoeken. Van de vorser worden twee zaken verwacht: Ten eerste het ongebruikelijke lichamelijke engagement om per fiets het veldwerk uit te voeren. Ten tweede om de omgeving vooral te benaderen als een menselijk product.

Voor de rest maakt het pericyclisme weinig assumpties en gaat het eerder inductief te werk. De pericyclist gaat op zoek naar aanwijzingen die iets betekenisvol kunnen zeggen over de periferie. Die aanwijzingen bevinden zich soms in het landschap, maar even vaak in de praktijken en meningen van de bewoners. Pericyclisme is een vorm van spoorzoeken. Het is een etnografische methode die, door interactie met de mensen van de periferie, wil begrijpen wat deze ruimte dag na dag maakt tot wat ze is. En hoe ze verandert.

Deze methode van onderzoek wordt niet vaak beoefend. Niet alleen omdat ze tijdsintensief is (slow journalism) maar ook omdat ik me als reiziger-journalist zal aandienen bij mijn gastheren thuis. Het stelt me in staat de positie van buitenstaander te verlaten en in de intimiteit van het huis in te gaan op het dagelijks leven van mijn getuigen.
Het interactionisme met de mensen en het landschap, antropologisch van inslag, leveren volgens mij een authentiek en genuanceerd verhaal op van dit stukje Europa.

Het fietsen als journalistieke methode heeft dus voordelen. Het is een vrij ontwapenende manier om in contact te treden met mensen die je ontmoet en het dwingt me tot het aanhouden van een traag ritme. Dit komt de diepgang ten goede.
(terzijde: dit contrasteert ook met de manier waarop de stedeling doorgaans reist en in contact komt met het platteland)

Landschappen lezen.

Deze tocht gaat over mensen en de ruimte die ze maken. Of krijgen. Ruimte is in sé een abstract concept dat we begrijpelijk maken door er namen aan te geven, en door het op te knippen in zinvolle eenheden. Zo is Europa de naam voor een politieke, economische ruimte waarvan een aantal landen (weer een soort ruimte) deel uitmaken. Dorpen zijn ook zo’n ruimten waarin mensen betekenis leggen. Door een grens te trekken in de ruimte, er een naam aan te geven, kan een proces van identificatie ontstaan. Zo maken we van abstracte ruimte plaatsen die ons een min of meer duidelijke positie in de wereld geven. Tijdens deze tocht wil ik ook zicht krijgen op hoe mensen hun plaatsen maken, beleven en soms zelfs verdedigen. Zelfs plaatsen zijn een politiek product.

Om dit te onderzoeken kan het vaak volstaan om de functie van de ruimte te doorgronden. En dan vooral door na te gaan wie bepaalt welke functie een bepaalde ruimte heeft. Wie onteigent? Wie bouwt? Wie verbiedt toegang en beschikt over de macht om ruimte te transformeren of te ontginnen? En ander aspect van dit ruimteonderzoek is om te begrijpen wat er gebeurt als ruimte in overvloed voorradig is. Dan ontstaat ruimte voor experiment en alternatief gebruik wellicht. Of wat er gebeurt als een bepaald gebruik van de ruimte gecontesteerd wordt.

Landschappen kun je leren lezen. Elk politiek-economisch bestel en ook elke cultuur brengt een eigen typologie aan landschappen voort. Het Spaanse binnenland draagt nu nog altijd de gevolgen van de massale ontbossing ten gevolge van de vee- en schapenteelt. (Al verwijzen sommigen ook naar de massale houtkap om de Armada mee te bouwen) Ons huidig agro-industrieel landbouwmodel heeft een grote impact op de vorm van het landschap in de Champagnestreek. Ons energiebeleid doet steeds meer windmolens oprijzen. Onze mobiliteitskeuzes hebben zich in het landschap vertaald in een kluwen van autosnelwegen en spoorwegen. Welke landschappen produceert de laat-moderne Europeaan in de Diagonale Continentale? Ook dat kom je te weten in de loop van deze reeks.

Intussen in de buitengebieden” wordt gesteund door Fonds Pascal Decroos , dat bijzondere journalistiek in de Vlaamse pers stimuleert.