Kazimierz Nowak – Dwars door Afrika

Een ongezien exploot. 

Op 4 november 1931 stapt de zelfverklaarde journalist Kaziemierz Nowak zijn voordeur uit om per fiets van Polen naar Zuid-Afrika reizen. De jongeman wil zo zijn jeugddroom waarmaken én een inkomen verwerven voor zijn jonge gezin. Nowak zou honderden artikels schrijven over zijn reis, die voornamelijk in Poolse kranten verschenen. Hij maakte meer dan 10000 foto’s. Zijn getuigenissen zijn hoogstpersoonlijk, maar geven tegelijk een onafhankelijke, kritische kijk op de landen die destijds allemaal onder een koloniaal bestuur stonden. Zijn reisverslag is een officieuze impressie van het leven op het Afrikaanse continent in de jaren dertig van de vorige eeuw. Uit zijn verhalen spreekt een diepe bekommernis voor zijn medemens en een grote liefde voor de natuur. Maar even vaak horen we hem op een zeer eurocentrische, paternalistische manier oordelen over de ‘inboorlingen’. Het zou al te makkelijk zijn om Nowak weg te zetten als een arrogante kwast, die niks begrijpt van het leven onder het koloniale juk. Daarvoor is zijn getuigenis te uniek, te controversieel en te kritisch. 

Zijn tocht begint aan de Noord Afrikaanse kust en voert hem in het kielzog van Berbers en bedoeïenen door de woestijn. Destijds woedde er een burgeroorlog en zijn sommige streken ronduit gevaarlijk. Maar zijn grootste vijand zijn de elementen: de meedogenloze zon, de snijdende wind, de bijtende kou. Om nog maar te zwijgen van de dieren -groot en klein- die hem belagen. Kazimierz kijkt een paar keer de dood in de ogen, tot hij blind wordt en een dokter hem nog net kan redden. Gezien de onveilige situatie dwingen de Italiaanse autoriteiten hem om via Egypte en Soedan verder naar het Zuiden te reizen. Kazimierz doet dat met tegenzin, maar raakt al gauw in de ban van alle nieuwe dingen die zijn pad kruisen. 

Hij is hongerig naar ervaringen, en slaagt erin om als polyglot makkelijk contact te leggen met de bevolking. Ook dat zal hem verschillende malen redden van mensen met kwade bedoelingen. Na Soedan komt hij een ander Afrika binnen. Tijdens zijn hachelijke reis door Congo, Burundi en Rwanda trekt door de onmetelijke savanne, doorkruist moerassen en stukken regenwoud en beklimt hij de mythische Rwenzori. Hij ontmoet er melaatsen en goudzoekers, missionarissen en (lastige) ambtenaren. Hij houdt zich ver van de koloniale privileges en kampeert vaak in alle eenvoud in de open lucht. Dat begint steeds meer zijn tol te eisen, en steeds vaker moet hij zijn reis onderbreken wegens een aanval van malaria of een andere ziekte. 

Hij ziet hoe het land wordt omgewoeld door ondernemende Europeanen die doorhebben dat de ondergrond hier vol natuurlijke rijkdommen zit en hoe de natuur daar onder lijdt, om nog te zwijgen van de perverse neveneffecten van deze ‘ontwikkelingsgolf’ op de lokale gewoonten en de sociale orde. Gaandeweg maakt hij een kritische balans op van de impact die de kolonisatie heeft op het alledaagse leven. 

reisroute Kazimierz Nowak
Reisroute van Kazimierz Nowak

En zo heeft Kazimierz, op het moment dat hij de Kaap in Zuid-Afrika bereikt, zich al ontpopt tot een argwanende en onafhankelijke stem in de berichtgeving over Afrika. Zijn artikels verschenen in de Poolse pers, waar dit soort kritiek niet gesmoord werd omdat Polen nauwelijks koloniale belangen te verdedigen had. Nadat hij een paar dagen op adem is gekomen vat hij de terugtocht aan en doorkruist hij opnieuw het continent via een andere route. Op die terugtocht doet hij verder verslag van wat hem ontroert en verontwaardigt en voltooit hij zijn authentieke portret van het continent. Hij doet er vijf jaar en vier maanden over om zijn reis te voltooien. Vermoedelijk legde hij veertigduizend kilometer af per fiets, paard, dromedaris en kano. Hij wordt in Polen een beroemdheid en geeft lezingen over zijn reis. Maar binnen het jaar na zijn terugkomst sterft hij. De reis heeft hem fel verzwakt, en complicaties na een operatie worden hem fataal. Hij is dan veertig jaar.  

Deze epische onderneming was bijna in de vergetelheid geraakt. Een boek over de reis dat gepland was raakte nooit uitgegeven. De vele artikels lagen al decennialang stof te vergaren in de archieven van Poolse kranten en de foto’s raakten verspreid in het privébezit van enkele naasten van Nowak. Uiteindelijk is er toch nog een Pools boek verschenen een jaar of 15 geleden. Alleen onder fietsfanaten geniet hij een beperkte faam als de solo-avonturier die Afrika doorkruiste. Tweemaal zelfs.  

Met de vertaling van zijn reisverslagen wil ik vooralsnog een plaats reserveren in de geschiedenis van heroïsche ondernemingen voor deze Poolse, fietsende, journalist.    

In een reeks hoofdstukken ontsluit ik de avonturen en kritische observaties van Kazimierz Nowak voor de Nederlandstalige lezers die nieuwsgierig zijn naar de ongedwongen blik waarmee hij een ander Afrika ontdekt. De verslagen van Nowak zijn unieke vignetten van het harde leven in Afrika en van de barre omstandigheden waarin een solo-fietser moet zien te overleven. 

Meester noch knecht 

Kazimierz reisde solo en was alleen aan zichzelf verantwoording schuldig. Hij was zijn eigen opdrachtgever en bleef volharden in zijn waanzinnige plan. 

 “Reizen zonder geld is misschien ongemakkelijk maar ik had het gevoel dat ik meer had bereikt dan wanneer ik Afrika met het vliegtuig zou zijn overgestoken. Ik was niet gekwetst wanneer er geen hoogwaardigheidsbekleders op me stonden te wachtten of dat eigenaars van luxueuze hotels niet voor me bogen. Noch dat bedienden hun handen niet naar mij uitstaken voor fooien. Ik riskeerde mijn leven, stelde me bloot aan duizenden gevaren, aan ziekte, ontbering en aan doornen die mijn vlees verscheurden en mijn fietswielen vernielden. Maar deze reis stelde me in staat om van dichtbij het leven van de mensen en dieren van Afrika te observeren. Vanaf het moment dat ik hier voet aan wal zette, heb ik een echt Afrikaans leven geleefd.

Zijn reisverslag vormt een vreemde mengeling van etnografie en journalistiek. Het is een reisdagboek waarin hij nu eens de natuurpracht bezingt, en dan plots een lokale legende noteert. Waarin hij de gruwel beschrijft van de Boerenoorlog om vervolgens doodleuk te verklaren dat de inboorling liever luiert in de zon dan zich druk te maken over de dag van morgen.

Natuurlijk bevatten zijn stukken uitspraken en denkkaders die vandaag de dag weerstand opwekken. Vrouwen worden soms geportretteerd als zwakke en volgzame mensen, Europa wordt soms iets te makkelijk geportretteerd als superieure beschaving, hele bevolkingsgroepen worden eigenschappen toegedicht als onbetrouwbaar of achterlijk. Bovendien is Kazimierz en blanke man van rond de 35. Zijn blik is zeker bepaald door de geprivilegieerde positie van waaruit hij naar het gekoloniseerde Afrika keek. Hij keek onvermijdelijk met de blik van de buitenstaander, en presenteert ons dus een beeld van Afrika dat gebrekkig is en gecontamineerd door zijn eigen onwetendheid en vooroordelen. 

Maar wanneer we dit in het achterhoofd houden bij het lezen van zijn ongedwongen observaties blijft er wel degelijk nog steeds een relevante getuigenis over. Nowak schreef voor geen enkele broodheer, en liet zich ongewoon kritisch uit over de wanpraktijken die hij observeerde. Hij spaarde daarbij de Europese overheersers niet, noch de Arabische mannen die hun vrouwen voor de ploeg spanden, of de gecorrumpeerde kolonisten die een spoor van verderf en decadentie achterlieten na hun doortocht. 

Misschien moet we Kazimierz’ relaas vooral lezen als een kennismaking van een eenvoudige Europeaan met de donkere achterkant van het koloniale project. Over dat laatste zijn er veel en betere bronnen dan de artikels van onze Poolse fietser. Maar over wat dit met een argeloos mens doet, die in de jaren dertig nietsvermoedend op zijn fiets stapt, kunnen we ons geen betere bron voorstellen.