Waar de rijkdom van drie continenten passeert.

Waarin Kazimierz langs het Suezkanaal fietst, voor zijn lezers hasj uitprobeert en zijn bewondering uitspreekt voor de ordehandhavers.

Aan het Suezkanaal kwam ik uiteindelijk vast te zitten in Kantara. Dat is een verarmd stadje dat bestaat uit enkele bakstenen huizen die zijn gebouwd op het stuifzand van de Arabische woestijn. Voorts staan er een paar barakken en loodsen, voornamelijk bewoond door bedoeïenen.  De zon brandde er fel en boven de zinderende hitte van de witte duinen verschenen in de luchtspiegelingen fantastische vormen.

Hier en daar zag ik de silhouetten van de patrouillerende Palestijnse woestijnpolitie. Op hun dromedarissen doorkruisen ze de eindeloze zandduinen op zoek naar smokkelaars die hun leven riskeren en ook wel hun vrijheid -die grote bedoeïenenschat- voor een schamel blokje hasj. De nieuwsgierige lezer wil misschien wel eens weten wat die hasj precies is. Wel, het is gewoon een van die verdovende middelen die het menselijk organisme aantasten, net zoals kanker, en die uiteindelijk leiden tot verlamming en de dood. Ik heb dit gif ooit geprobeerd in het gezelschap van Arabieren om de effecten te testen.  Deels uit nieuwsgierigheid en deels vanuit de journalistieke plicht.

Na een kop goede zwarte koffie, kreeg ik een pijp aangreikt die gora werd genoemd. Het hele gezelschap begon de aromatische rook van de gloeiende tabak in te inhaleren. Een brokje hasj was aan de tabak toegevoegd. Vrijwel onmiddellijk kreeg ik een enorme hoofdpijn en zonk toen weg in een gelukzalige, dromerige toestand. Ik zag levenloze figuren tegenover mij zitten, met uitdrukkingsloze, glazige ogen. Ik keek naar beneden naar het oosterse tapijt. Er waren snoepjes uitgestald op een lage tafel, maar ik kon niet bewegen, of iets zeggen. Vluchtige, verrukkelijke visioenen dansten mij voor de geest, als zwermen vlinders. Ik begon hemelse muziek te horen en de voorwerpen om mij heen begonnen te vervagen in wazige, kleurrijke vormen. Uiteindelijk leek het alsof ik me in een paradijs bevond. Ik had geen gedachten en gevoelens meer. Toen kwam een licht briesje aangewaaid door de deuren die op een kier stonden. Een sterkere windvlaag blies ze open en het lawaai van de straat drong het vertrek binnen. Een schitterende zon kwam op boven de groene tuinen en een woud van masten stak af tegen de roze gloed van die vroege ochtendhemel. Met gehesen zeilen trokken beladen schuiten over het kanaal. Ik kwam langzaam weer bij bewustzijn. Mijn metgezellen lagen uitgestrekt op het tapijt te snurken. Zo luid als de blaasbalgen van een smid. Een inlandse bediende stookte een vuurtje en daarboven schitterde het zonlicht op een vat met water. Tegen de muur stond een rij pijpen te wachten op een nieuwe portie hasj.

Dit verdovende middel wordt in Egypte veel gerookt door de fellahin, hoewel onder mijn metgezellen ook een hoge ambtenaar was die was aangesteld om de drugshandel te bestrijden. Iedereen die pijn lijdt of zorgen heeft grijpt naar de pijp, vult die met hasj en rookt. Hier in het Oosten is het enige ideaal van de mensen geld en hasj is een lucratieve zaak voor iedereen die erin handelt. De strijd tegen drugs is dus onmogelijk te winnen. De handel in hasj, die zoveel Egyptenaren troost biedt, is een denkbeeldige goudmijn voor sommigen. Een klein blokje van enkele tientallen grammen kost honderden ponden, en slechts een kleine hoeveelheid hasj is genoeg om iemand van zijn bewustzijn te beroven. De drug wordt bereid in India en Griekenland, maar bedoeïenen uit de Arabische woestijn weten ook hoe ze het moeten produceren en waar ze de nodige planten kunnen vinden. Ook al strijden de autoriteiten tegen de smokkel, elk jaar passeren duizenden kleine pakjes het grote Suezkanaal om uiteindelijk op de Egyptische markt te belanden. De ambtenaren worden hier zo karig betaald dat het niet verwonderlijk is dat zij samenwerken met de smokkelaars. Ze ademen trouwens zelf graag de blauwe rook in om zich over te geven aan de geneugten van de roes.

Hasj is niet de enige drug die Egypte wordt binnengesmokkeld, want het Suezkanaal loopt meer dan 130 kilometer door de woestijn en effectief toezicht is alleen mogelijk met betrouwbare mensen. Op een van mijn korte fietstochten langs de oevers zag ik een kleine schuit openlijk de kust naderen op klaarlichte dag. Een luxe-auto stond al te wachten, de lading werd overgeladen en de auto reed in de richting van Ismailia. Niemand anders zag dit of, wat waarschijnlijker is, niemand wilde zien wat er aan de hand was.Het Suezkanaal is een gigantisch kanaal dat de Middellandse Zee verbindt met de Indische Oceaan. Het kanaal zit midden in de crisis, net als de rest van de wereld. Er vallen ontslagen omdat de tarieven zijn gestegen na de devaluatie van het pond, en veel schepen kunnen zich de doortocht niet meer veroorloven. In het verleden voeren er duizenden schepen per maand door het kanaal, die elk honderden of zelfs duizenden ponden betaalden, afhankelijk van de vervoerde tonnage. De Suez Canal Company verdiende aanzienlijke winsten voor haar aandeelhouders. Zij betaalde tevens de lonen van de ambtenaren en arbeiders in elk van de dertien stations (die om de zes mijl over de gehele lengte van het kanaal zijn opgetrokken) maar ook van de baggeraars van het kanaal. Een speciale vloot peilschepen is voortdurend bezig met het meten van de diepte van het kanaal en begint, waar nodig, met baggerwerkzaamheden. Langs het kanaal loopt een mooie, geasfalteerde weg, een spoorweg en vele kilometers telegraafkabels en waterleidingen. Vliegtuigen doorklieven de lucht en aan de oostelijke oever bewegen zich de karavanen. Hoewel het kanaal dus midden in de dorre woestijn lijkt te liggen, is het een van de meest vitale scheepvaartroutes in de wereld. Al decennia lang passeert hier de rijkdom van drie continenten. En stroomt de winst ervan rijkelijk naar Europa.